Onderzoek naar COPD
Er zijn verschillende niveau’s waarop onderzoek naar COPD wordt gedaan. Het ene niveau staat een stuk dichter bij de patiënt of de praktijk dan het andere niveau. Op de pagina’s hieronder vindt u verschillende voorbeelden van onderzoek naar COPD.
In het lab: EPAC beschermt de longen
In Nederland hebben 320.000 mensen de ernstige longziekte COPD. Dat aantal zal alleen nog maar verder groeien en de ziekte is nog niet te genezen. Nieuwe onderzoeksresultaten geven echter hoop voor een betere behandeling of zelfs genezing van COPD. Neem bijvoorbeeld het onderzoek naar EPAC, een eiwit in het lichaam dat de longen beschermt. Wetenschappers hebben met laboratoriumonderzoek ontdekt dat mensen met COPD minder EPAC blijken te hebben dan gezonde mensen. Dat is een belangrijke ontdekking die kan leiden tot nieuwe behandelingen. Lees meer
Van lab naar praktijk: Afbraak van spierweefsel
Mensen met COPD hebben door de ziekte vaak minder spierkracht dan gezonde mensen. Hoe verder de ziekte is gevorderd, hoe verder de spiermassa afneemt. Dat beperkt de mensen in wat ze kunnen doen. Het is daarom essentieel om dit proces te kunnen remmen. Onderzoekers proberen te ontdekken hoe. Lees meer
In de praktijk: revalidatie bij COPD
Naast een longziekte, kan er nog meer aan de hand zijn. Eén op de vier mensen met de longziekte COPD heeft ook problemen met het hart. Het hart kan bijvoorbeeld niet hard genoeg kloppen, waardoor het bloed niet goed door het lichaam kan stromen. Net als COPD heeft hartfalen veel invloed op de conditie van mensen. In de behandeling is het belangrijk dat er ook rekening gehouden wordt met die andere ziekten. Want hoe beter een behandeling is afgestemd op de patiënt hoe effectiever de behandeling kan zijn. Lees meer
Wat de verschillende niveau’s van onderzoek inhouden, leest u op de pagina waarom onderzoek?



