Ademhalen doe je door je neus en mond. In de lucht die je inademt zit zuurstof.
Die heb je nodig om te kunnen leven. Ademen gaat vanzelf. Je merkt er niets van.
Dat is niet zo als je astma hebt. Kinderen met astma kunnen soms moeilijk ademhalen.
Zij krijgen het bijvoorbeeld benauwd als er veel stof in de lucht zit.
Hieronder staan een aantal proefjes die te maken hebben met ademhalen. Je kunt
ze alleen doen, maar het is ook leuk om ze samen met een vriend of vriendin te
doen.
Proef 1: meten
Hiervoor heb je een centimeter nodig.
-
Meet de omtrek van je borstkas met een centimeter.
Als je inademt. Hoeveel centimeter meet je dan? Als je uitademt. Hoeveel centimeter
meet je dan?
Wat is het verschil tussen inademen en uitademen?
-
Meet de omtrek van je buik met een centimeter. Als je inademt. Hoeveel centimeter
meet je dan? Als je uitademt. Hoeveel centimeter meet je dan?
Wat is het verschil tussen inademen en uitademen?
-
Waarom is er een verschil bij het inademen en uitademen?
-
Welk verschil is groter. Bij de borstkas of bij de buik? Hoe komt dat denk je?
Proef 2: blazen
Hiervoor heb je een plastic zak nodig.
Hoe vaak moet jij blazen om een plastic zak vol te krijgen?
Proef 3: tellen
Hiervoor heb je een stopwatch nodig of een horloge met secondewijzer.
-
Laat je vriend of vriendin met een stopwatch of horloge 15 seconden lang tellen
hoe vaak jij ademt. Ga zelf op een stoel zitten. Je vriend of vriendin legt een
hand op jouw buik en telt 15 seconden lang hoe vaak je adem haalt. Hoeveel ademhalingen
hebben jullie gemeten?
- Maak 10 diepe knie- buigingen en ga daarna zitten. Je vriend of vriendin telt
weer 15 seconden lang hoe vaak je adem haalt. Hoeveel ademhalingen hebben jullie
nu gemeten?
- Waarom ga je vaker ademhalen als je je inspant?
- Wacht 3 minuten en laat je vriend of vriendin weer 15 seconden lang tellen hoe
vaak je adem haalt.
Is je ademhaling nu weer rustig?
Ontwikkeling:Podium Bureau voor educatieve communicatie bv