Wanneer u COPD heeft, krijgt u te maken met verschillende zorgverleners. Welke zorgverleners u behandelen is afhankelijk van uw klachten en de ernst van uw COPD. De meeste mensen worden in een huisartsenpraktijk behandeld. Sommige mensen worden echter verwezen naar een longverpleegkundige of een longarts.
Met de volgende zorgverleners kunt u te maken krijgen:
Huisarts
Een huisarts is de eerste zorgverlener waar u naartoe gaat met uw klachten. De
huisarts probeert er samen met u achter te komen wat er aan de hand is en wat
voor u de beste behandeling is. Dit onderzoek voert de huisarts meestal zelf uit.
Huisartsen werken volgens bepaalde afspraken: de zogeheten standaarden. Er zijn 74 standaarden voor evenveel aandoeningen, waaronder astma en COPD. In de standaard staat hoe huisartsen bepaalde klachten of ziektes behandelen, met welk type medicijn, in welke hoeveelheid, maar ook hoe vaak zo iemand zou moeten terugkomen. De standaarden worden elke twee, drie jaar herzien. Alle huisartsen hebben deze standaarden.
Soms verwijst een huisarts iemand die onduidelijke of aanhoudende klachten heeft, naar een longarts. Hij kan ook verwijzen naar een andere specialist of zorgverlener, zoals een fysiotherapeut of longverpleegkundige. Wanneer iemand door bepaalde klachten veel moet inleveren, financieel, maatschappelijk of sociaal, is op die vlakken hulp mogelijk.
Longarts
Als iemand wordt verwezen naar een longarts, is dat vooral voor nader onderzoek.
Bijvoorbeeld om te kijken hoe goed de longen werken en hoe de ademhaling reageert
op prikkels of inspanning. Verder gaat de longarts na of iemand andere aandoeningen
in de borstholte heeft. Er zijn ook kinderlongartsen.
Longverpleegkundige
Een long- of astmaverpleegkundige kan advies geven aan mensen met een huisstofmijtallergie.
Dit kan zonder verwijzing van een arts. Het advies kan gaan over de juiste vloerbedekking,
beddengoed en andere maatregelen in huis die bijdragen aan een gezond ingericht
huis. U kunt ook hulp krijgen bij het inhaleren of bij het maken van moeilijke
keuzes. De gespecialiseerde verpleegkundige is te spreken tijdens een bezoek aan
huis of tijdens een astma- en COPD-spreekuur.
Bedrijfsarts
Op het werk is de bedrijfsarts een belangrijk aanspreekpunt, naast uw direct
leidinggevende of werkgever. Een goede communicatie tussen huisarts en bedrijfsarts
draagt ertoe bij dat ook de bedrijfsarts op de hoogte is van uw COPD-klachten.
De bedrijfsarts kan een periodiek gezondheidsonderzoek uitvoeren om zo klachten
en oorzaken te achterhalen. U bespreekt met deze arts vooral de arbeidsomstandigheden
die uw COPD-klachten verergeren of veroorzaken. Op basis van de door u aangegeven
klachten kunnen tijdig maatregelen op de werkvloer worden genomen.
Fysiotherapeut/oefentherapeut
Een fysiotherapeut of oefentherapeut leert u omgaan met uw lichamelijke beperkingen.
De behandeling richt zich op het aanleren van de juiste ademtechniek, ontspanningstechniek
en hoesttechniek. Dit kan bijvoorbeeld met een Flutter, een klein apparaatje dat
door erin te blazen het slijm lostrilt. U kunt leren met weinig lucht meer te
doen. Ook kan de fysiotherapeut helpen bij het verbeteren van de conditie door
gymoefeningen of zwemmen.
Een ergotherapeut kan u leren om de dagelijkse activiteiten zo uit te voeren dat ze zo min mogelijk energie kosten. Ook adviseert de ergotherapeut over de inrichting van de woning en over het uitvoeren van dagelijkse activiteiten als wassen, aankleden en koken.
Diëtist
Voeding beïnvloedt de conditie. Voor mensen met ernstige kortademigheid is goede
voeding enorm belangrijk. Mensen met het juiste gewicht houden voldoende energie
over voor de dagelijkse activiteiten. Mensen met COPD die te zwaar zijn, verbruiken
meer energie en krijgen dus eerder klachten. Afvallen kan de klachten verlichten.
Voor mensen die onder het juiste gewicht zitten, kan zelfs ademen te veel energie
kosten. Ademen kan namelijk zwaar werk zijn. Eten zelf vraagt ook inspanning,
maar het levert wel energie op. Het probleem is vaak dat mensen met COPD weinig
eetlust hebben.
Een diëtist adviseert in overleg met de arts over het gebruik van gezonde voeding en eventuele voedingssupplementen. De zorgverzekeraar kan informatie geven over de vergoeding van speciale voeding.
Een diëtist geeft ook tips over eten:
• Rust wat voor het eten
• Neem meer kleine porties verspreid over de dag
• Kies voedsel dat gemakkelijk te kauwen is, zoals kip, vis en gekookte groenten,
dat kost minder energie
• Als u zuurstof gebruikt, doe dit dan ook tijdens het eten
• Een goede houding, steunend met de ellebogen op tafel, maakt dat u minder kortademig
wordt
• Snijd het voedsel in kleine stukjes
Thuiszorg
De thuiszorg biedt begeleiding bij het omgaan met COPD en dagelijkse activiteiten.
In veel plaatsen speelt de thuiszorg een belangrijke rol bij de nazorg voor mensen
die in een ziekenhuis hebben gelegen vanwege kortademigheid. Mensen die de dagelijkse
activiteiten niet meer zelf kunnen doen, krijgen van de thuiszorg hulp bij het
wassen en aankleden. Wel is het goed zo lang mogelijk zelf actief te blijven,
om de conditie op peil te houden.
Naast de thuiszorg kan het maatschappelijk werk helpen bij bijvoorbeeld het vinden
van de juiste instanties, regelingen of bij het zoeken naar aangepaste woonruimte.
Longrevalidatie
Iemand die ondanks een goede behandeling bij de longarts toch problemen blijft
houden, kan in aanmerking komen voor longrevalidatie in een astmacentrum. Vooraf
wordt uitgebreid bekeken of deze behandeling kan helpen. Soms gebeurt de behandeling
poliklinisch, soms is opname nodig. Bij longrevalidatie zijn verschillende behandelaars
betrokken. Een longarts, een fysiotherapeut, een psycholoog of agoog en een activiteitenbegeleider
kijken samen welke mogelijkheden iemand heeft en hoe die het beste te benutten
zijn.
ga direct naar:

